De Fonslijn is een rubriek waarin U kunt kennismaken met onze literair medewerker Fons Pasjent en zijn zeer persoonlijke visie op alles wat met gezondheid en ziekte te maken heeft. Af en toe geeft hij (goedbedoelde) adviezen, die u echter beter met een paar flinke korrels zout kunt nemen.
Over de onderwerpen in zijn columns kunt u met hem van gedachten wisselen. Stuur in dat geval uw imeel naar:
de mailbox van Fons




Brood nodig?


Laat ik nu maar eerlijk zijn: ergens bewonderde ik hem wel een beetje, die Brood, onze nationale knuffeljunk. Hij deed waar hij zin in had, bij voorkeur alles wat niet "kon".
Zuipen, blowen, spuiten, naar de hoeren gaan en zoveel mogelijk wetten overtreden en vooral "schijt hebben" aan de hele wereld.
En toch was het best een gezellige vent. Samen met hem, Deelder en Chabot was het schateren geblazen in de schouwburg. Ook voor majoor Boshart in Villa Velderhof was het een fijne, zelfs lieve knul, hoewel zijn pogingen om de majoor aan het blozen te krijgen (vanzelfsprekend) totaal mislukten. Wat ook geweldig was, (vond ik!) de dialoog met die meneer van de E.O. je weet wel die broer van onze lieve heer. Wat meneer Binnendijk ook probeerde, onze Herman liet zich niet ompraten, integendeel zelfs. Aan het einde van de uitzending was meneer Binnendijk zelf bijna zover dat hij er zowat in geloofde dat je best zonder een heilige vader door het leven kon. Sterker nog: Herman vond dat als je een god nodig had om te existeren, je maar een hulpbehoevende slappeling was (dreun!).
En dat allemaal zonder dat opdringerige gedram en zonder onheus te doen. Best goed hoor.
Tot zover de aardige Brood. Ik heb ook helemaal niets tegen Herman zoals ik steeds duidelijk laat blijken; ik heb alleen iets tegen al die mensen die nu ineens vinden dat er groot man, een groot schilder, een geweldige musicus en een supervader is heengegaan.
Schilderijen, nou ja, zeg maar vellen met onbegrijpelijke afbeeldingen in de kleuren die gepropageerd worden bij elke eerste hobbyschilderles, vliegen ineens als ware kunstwerken, dan wel als warme broodjes (!!!) over de toonbank. Een CD-tje met het gecoverde deuntje: I id it my way verschijnt ineens vanuit het niets als nummer 1 in de top 100. Krijgt Frank Sinatra dan nooit rust?
Bij mevrouw Toezo staat inmiddels een wassen Brood en ik las dat er inmiddels ook nog een borstbeeld van hem onthuld is. Niet gek voor een bungy jumper.
Inderdaad, Herman had gelijk: de wereld is ziek, de mensen zijn mesjoche en hoeven dus ook niet met egards behandeld te worden. Heus gék was hij niet, hij niet in ieder geval!
Wat ik het allerbeste van hem vond, was dat hij het lef had om de kaars uit te blazen toen hij er achter kwam dat het leven niet meer de moeite van het leven waard was.
Dat hij het op die spectaculaire manier deed; ja dat was nu Herman Brood.
Maar dat Brood nodig is? Nee hoor, over 25 jaar is het heel erg oudbakken en zelfs helemaal vergeten bovendien. Maar ja, weet ik veel?
Oh ja, ik rook niet, ik blow niet, spuit niet, doe niet aan bungy jumpen en ga ook niet naar de hoeren, wel af en toe een goed glas, soms zelfs een paar meer….

Fons Pasjent


Voetnoot: Deze column valt dus onder de rubriek: gezondheid, ziekte, seks, drugs en rock and roll…


Terug