|
De Fonslijn is een rubriek waarin U kunt kennismaken met onze literair medewerker Fons Pasjent en zijn zeer persoonlijke visie op alles wat met gezondheid en ziekte te maken heeft. Af en toe geeft hij (goedbedoelde) adviezen, die u echter beter met een paar flinke korrels zout kunt nemen. Over de onderwerpen in zijn columns kunt u met hem van gedachten wisselen. Stuur in dat geval uw imeel naar:
Het liefst loop ik in oude kleren, je weet wel van die kleren die in de loop der tijden als het ware om je heen zijn gegroeid. Bij het aantrekken ervan ervaar je zoiets van: goeie morgen ouwe strijdmakker, we gaan er weer een prachtdag van maken, niet? Even terzijde, ouwe kleren hoeven om lekker te zitten, niet persé vies of stuk te zijn. Gewoon schoon is het beste omdat je dan zo heerlijk je handen af kunt vegen als je je motor aan het poetsen bent. Vooral de voorkant van de dijen leent zich daar uitmuntend voor. Wat dit met schoenlepels te maken heeft? Geduld beste lezer. Hoe kom je aan een ouwe broek? Gewoon een nieuwe kopen, aantrekken en net zolang dragen totdat je vrouw zegt: die kan je niet meer aan, zo ga je de straat niet meer op, als je maar niet denkt dat ik naast je ga lopen! Kijk, dán is het een échte broek, 'jouw' broek! En nu komt het…! Op een goede (zeg maar gerust slechte dag) zegt je vrouw: Morgen moeten we maar eens even naar de stad gaan om een paar broeken te gaan kopen. Je hebt geen fatsoenlijke broek meer in de kast! Met een beetje tegensputteren lukt het dan meestal wel om het rampscenario een paar weken uit te stellen, maar het uur U nadert…. Onontkoombaar! Maar goed (of slecht), de dag is daar, je hebt schone sokken en keurig ondergoed aangedaan en je neemt je voor om geduldig, welwillend en vooral mild te zijn. Je biedt haar een gezellig kopje koffie mèt aan. Het lijkt potdomme wel op omkoperij! Maar nee, het is alleen maar om vergeefs tijd te rekken en voor je het weet sta je in zo'n pashokje, waar het altijd een beetje typisch ruikt (oud zweet), de kledinghaakjes afgebroken zijn en geen stoeltje staat. En daar sta je dan op je sokken totdat wéér een de volgende broek om het gordijntje wordt aangereikt. Omdat je het natuurlijk allang zat bent, roep je op een gegeven moment maar: deze vind ik heel leuk, hij zit prima en de prijs valt ook wel mee! En dan begint het. Blij dat je er weer voor een poosje van af bent trek je je eigen kleren weer aan en probeert je schoenen aan te doen, maar… géén schoenlepel !!! Misschien gejat, misschien wegbezuinigd, hij is er gewoonweg niet. En is dat nu het hele schoenlepelverhaal? Ja, dit is het! Goh, nou moe! Eigenlijk wilde ik alleen maar een lans breken voor mijn lotgenoten, de ruige (normale!) mannen die zich nu eenmaal volmaakt gelukkig voelen in wat rommelige kleren. En dat met alle respect voor de goede bedoelingen van onze zorgzame partners, die ons het liefste zien zitten, lopen en staan in perfect gesneden, stemmig gekleurde kostuums, zonder kreukje of smetje. Lieve mevrouw, bedenk asjeblief één ding: als je met een baviaan getrouwd bent; hij blijft altijd een baviaan, ook al trekt hij een smoking aan! Het ging toch om zijn goeie hart? Fons Pasjent Voetnoot: Voor het geval u vindt dat deze column niets met ziekte en/of gezondheid te maken heeft, wil ik u graag verzekeren dat een keertje lekker mopperen een behoorlijke therapeutische uitwerking kan hebben. Vandaar dus! Terug |